Van mijn stage in Eugeria heb ik 2 blaadjes met vragen meegekregen, wat ik moet beantwoorden. Dit is een goede opdracht geweest, omdat ik de verpleegtechnische handeling "medicijnen" nog moet aftekenen.
Hieronder staan de vragen en zelfgegeven antwoorden.

Algemene vragen:
Op welke 2 manieren zijn medicijnen verkrijgbaar?
- via de apotheek, sommige medicijnen heb je geen recept voor nodig zoals paracetamol. Voor de medicijnen waar je wel een recept voor nodig hebt, heb je eerst een receptvan de arts nodig
- via de dokter op recept

Waar worden de medicijnen van de zorgvrager bewaard?
De medicijnen moeten in de originele verpakking bewaard te worden, op een veilige plaats(In Eugeria is dat in het medicijnhok), en de houdbaarheid moet gecontroleerd worden. De meeste medicijnen worden op kamer temperatuur bewaard. Voor sommige zorgvragers wordt de medicatie al uitgezet, dit komt vaak voor in de thuiszorg. Dan worden ze vaak uitgezet per week in een medicijnencasette. Ook bestaan er de zogenoemde 'backsters'(weet niet of ik het goed schrijf), dit is helemaal handig. Dit levert de apotheek kant en klaar. Ik heb hieronder een foto geplaatst van hoe het er uit ziet, en dan zit het nog in een soort ronde 'cassette'. Als iemand bijv. om 8 uur 's ochtends medicijnen krijgt en 12 uur 's middags, dan zitten de medicijnen er op volgorde in en kan diegene het zakje eraf scheuren en het medicijn (laten) innemen.

external image baxter.JPG

Welke 5 maatregelen dien je als verzorgende te nemen om fouten te voorkomen?
  1. Je controleert of je het medicijn op de juiste tijd geeft
  2. Je controleert of je wel de juiste persoon voor je hebt
  3. Je controleert of je het juiste medicament geeft
  4. Je controleert of je de juiste dosis geeft
  5. Je controleert of je de juiste toedieningswijze gebruikt (niet dat je bijv. een zetpil p.o. gaat geven)

Beschrijf hoe medicijnen worden voorgeschreven en hoe worden deze verwerkt binnen de instelling.
De medicijnen worden natuurlijk voorgeschreven door een arts, bij ons op de afdeling komen er 2x in de week 2 artsen. Ze kijken tijdens de artsenvisite of de medicijnen moeten worden aangepast. Als de mensen al medicijnen hadden dan krijgen ze ze natuurlijk gewoon mee van waar ze vandaan kwamen. Volgens mij worden ze op dezelfde manier verwerkt als in het ziekenhuis. Er is een medicijnkaart per zorgvrager, en daar wordt op ingevuld welke medicijnen hij/zij heeft, er wordt een medicijnprintje op opgeplakt en op de kaart wordt ook afgetekend.(je zet een handtekening als je ze gegeven hebt) Elk medicijn printje bestaat uit 3 delen, 1 voor de aftekenlijst van 'ons', 1 voor de artsenmap en 1 voor de apotheek(?).

Welke gegevens dient een recept te bevatten?
Op een recept hoort;
  • de naam en de geboortedatum van de zorgvrager te staan,
  • de naam van de voorschrijvende arts
  • de naam van het medicijn
  • de sterkte(bijv. 500mg)
  • de dosering(bijv. 2 maal daags 1 tablet/ 2x1)
  • de toedieningswijze; tabletje oraal, zetpil rectaal
  • een waarschuwing asl het medicijn het bewustzijn kan beïnvloeden
Hier nog een stukje uitleg over de toedieningsvorm.
Je kunt medicijnen enteraal toedienen: via het maag-darmkanaal.
  • dit kan p.o. (per os oftewel via de mond m.b.v. een tablet doorslikken of sublinguaal --> onder te tong)
  • per anus of rectum(m.b.v. een zetpil of een klysma)

Je kunt medicijnen parenteraal toedienen: toediening buiten het maag-darmkanaal om.
  • dit kan via de huid(zalfjes, crèmes, pleisters enz.),
  • via de slijmvliezen(oog- of neusdruppels) ,
  • via lichaamsholten(vaginale medicatie, oordruppels)
  • via injectie(intramusculair oftewel in de spier, subcutaan oftewel in het onderhuidsbindweefel, intracutaan oftewel in de lederhuid, intraveneus oftewel in het bloedvat)
Medicijnen kunnen 3 namen hebben, welke?
Ze hebben een chemische naam, wordt ook wel de stofnaam genoemd. Ze hebben een generieke naam, dit is de verzamelnaam en is vaak wat goedkoper dan de chemische naam. En ze hebben een merknaam of handelsnaam.
Bijv. Benzodiazepine is de chemische naam, Diazepam is de generieke naam, en Valium is de merknaamof handelsnaam. Ook staat er vaak het tekentje:
® Dit betekent dat het een merknaam is die in Nederland geregistreerd staat.

Etiketten van medicijnen kunnen verschillende kleuren hebben, dit heeft een betekenis, welke?
Medicijnen kunnen qua werking onderverdeeld worden in 5 stoffen. Welke zijn dit en wat is de werking hiervan?
  • profylactisch
  • causaal
  • symptoombestrijders
  • tekorten aanvullen
  • placebo's
Profylactisch betekent het voorkomen van. Dit kan bijvoorbeeld een Fragmin-spuitje zijn pre-operatief om trombose te voorkomen.
Causaal betekent de oorzaak wordt aan gepakt. Dit kan bijvoorbeeld antibiotica zijn, die pakt bacteriën aan om een infectie te behandelen.
Symptoombestrijders zegt het zelf al, bestrijd het symptoom bijv. pijn. Dit kan een paracetamol zijn.
Tekorten aanvullen, bijvoorbeeld vitamine B12 of insuline. Iemand met diabetes maakt niet tot weinig insuline aan, waardoor het tekort wordt aangevuld.
Placebo's zijn nepmedicijnen. Dit werkt als iemand bijv. "denkt" pas te kunnen slapen als hij/zij een slaaptabletje heeft gehad. Zonder medicijn kunnen ze niet slapen, maar met een placebo wel, terwijl er dus helemaal geen werkzame stof inzit.

Noem 5 verschillende vormen van medicijnen.
  • inhalaties
  • (bruis)tabletten
  • pleisters
  • dragees (is een tablet met 1 of meerdere lagen suiker of kunststof die om het medicijn heen zitten en zo het medicijn beschermen)
  • capsules (omhulsel voor wat medicijnen in poedervorm, er wordt aangeraden niet op het medicijn te kauwen i.v.m. vieze smaak)
  • dranken
  • zetpillen
  • vaginaaltabletten
  • zalven en crèmes
  • (strooi)poeders
  • lotions
  • oogdruppels/oogzalf
  • neusdruppels
  • oordruppels
  • injectievloeistof

Ook zijn er "hoofdgroepen" medicijnen. Zie hieronder:
Antibiotica - Een groeiremmende of een dodende werking op micro-organismen, bijv. penicilline.
Anti-epileptica - Epilepsie aanvallen beperken of voorkomen, bijv. clobazam tabletten.
Analgetica - Medicijn dat gebruikt wordt om pijn te verzachten of weg te nemen, bijv. paracetamol.
Hypnotica - Groep medicijnen die de slaap bevorderen, bijv. temazepam.
Laxantia - Laxeermiddelen, maken bij verstopping(obstipatie) de ontlasting dunner, bijv. movicolon.
Anticoagulantia - Antistollingsmiddelen, worden gebruikt om de natuurlijke stollingsneiging van het bloed te onderdrukken. Worden ook wel bloedverdunners genoemd, bijv. heparine.
Psychofarmaca - Medicijnen die het functioneren van de geest kunnen beïnvloeden, pyschofarmaca wordt onderverdeeld in: angst-dempende middelen, anti-depressiva, anti-psychotica, lithium middelen(wordt gebruikt om de stemming van iemand stabiel te houden), psycho-stimulantia, kalmerende middelen en slaapmiddelen, bijv. anafranil.
Ijzerpreparaten - Bevorderen de aanmaak van bloed bij bloedarmoede t.g.v. ijzer-terkort bijv. venofer.
Diuretica - Plastabletten: als er in het lichaam teveel vocht ophoopt, helpen diuretica dit om te zetten in urine, bijv. furosemide.
Vitaminen - Dit zijn micronutriënten(voedingsstoffen) die een organisme zoals de mens nodig heeft, maar die wij niet of voldoende zelf aanmaken, dan krijg je vitaminen. Bijv. pyridoxine
Maagmiddelen - Dit werkt tegen maagzuur, bijv. ranitidine
Cystostatica - Groep medicijnen die gebruikt wordt bij de behandeling van kanker. Het probeert de deling van cellen te stoppen, bijv. cisplatinum.
Hormonen - Groep medicijnen die is onderverdeeld in groepen bijv. bloedsuiker normaliserende middelen/bloedglucosemiddelen, bijv. insuline.
Medicijnen voor de luchtwegen - Wordt per inhalatie toegediend om de ademnood op te heffen, bijv. ventolin.
Medicatie voor hart- en bloedsomloop - Medicijnen die de samentrekkingskracht van het hart versterken, bijv. lanoxin.
Corticosteroïden - Dit zijn ontstekingsremmende medicijnen, bijv. prednison.

Vind je dat een arts placebo's mag voorschrijven? Motiveer je antwoord.
Ik vind zelf wel dat een arts placebo's mag voorschrijven, omdat het werkzaam is voor een zorgvrager waarbij de klachten "tussen de oren" zitten. En het is natuurlijk onnodig om dan echte slaapmedicatie voor te schrijven. Ten eerste is het voor de zorgvrager slecht, omdat hij onnatuurlijke stoffen binnen krijgt, en ten tweede, het medicijn kost onnodig geld.

Medicijnen kunnen worden onderverdeeld in bepaalde groepen, de meest voorkomende zijn:
A. Middelen bij aandoeningen van het centrale zenuwstelsel:
Welke medicijnen geeft men ter voorkoming en tijdens insulten?
Een insult wordt ook wel een aanval of toeval genoemd(en soms ook een epileptische aanval). Iemand heeft dan onwillekeurige heftige spiersamentrekkingen. Het soort medicijnen dat je krijgt is afhankelijk van de ernst en van de frequentie van de aanvallen. Er wordt anti-epileptica gegeven om een insult te voorkomen, bijv. clobazam.

Welke werking hebben deze medicijnen?
Dit heb ik hierboven al uit gelegd.
(Anti-epileptica - Epilepsie aanvallen beperken of voorkomen, bijv. clobazam tabletten.)

Wie krijgen er anti-parkinson middelen? Noem de werking en de bijwerking hier van.
Natuurlijk krijgen de zorgvragers die parkinson hebben anti-parkinson middelen.
De ziekte van parkinson is het gevolg van een tekort aan dopamine in bepaalde hersengebieden en daarom is het nodig de dopamiine aan te vullen en de balans tussen dopamine en acetylcholine te herstellen. Rechtstreeks toegediende dopamine kan de hersenen niet vanuit het bloed bereiken, maar een paar stoffen kunnen er wel kopen.
Levodopa is een medicijn dat wél gemakkelijk op de juiste plek komt, en wordt in de hersenen omgezet in dopamine. Als levodopa via de mond wordt ingenomen, wordt de stof niet alleen in de hersenen in dopamine omgezet, maar ook in andere delen van het lichaam. Om voldoende werkzame stof in de hersenen te krijgen, moeten daarom hoge doseringen worden gegeven.

Noem 4 slaapmiddelen, wanneer mogen die gegeven worden en wie beslist dit?
Temazepam
Oxazepam
Alprazolam
Clobazam

De arts bepaald of ze gegeven mogen worden of niet. Ze kunnen ook zeggen: zo nodig. Dan mag een zorgvrager voor het slapen gaan een slaapmiddel.
Deze middelen worden niet overdag gegeven i.v.m. moeheid/duizeligheid. Ze worden ingenomen om "te slapen".

Wanneer mogen ze niet gegeven worden en waarom niet?
Je mag het niet gebruiken bij een leverfunctievermindering, bij een ernstige overgevoeligheid of allergische reactie voor een stofje in dit medicijn.
Ook mag je dit medicijn niet gebruiken tijdens de zwangerschap, tenzij de arts het voorschrijft.
Bij borstvoeding mag je deze medicijnen ook niet gebruiken, omdat het medicijn overgaat in de moedermelk.
Het is ook gevaarlijk als je gaat rijden, of machines gaat besturen onder invloed van het medicijn. Dit komt omdat het slaapmiddel een duizeligheid, coördinatiestoornissen en slaperigheid veroorzaakt.

Noem de werking van de 4 slaapmiddelen, bij a genoemd.
De werking van temazepam:
De stof in dit medicijn werkt op de hersenen(oftewel het centrale zenuwstelsel) en heeft een slaapbevorderende(= hypnotische) werking.
Daarnaast heeft het ook een angst-verminderende, kalmerende en spier-ontspannende werking.

De werking van oxazepam:
Precies het zelfde als de temazepam.

De werking van alprazolam:
Ook het zelfde als de temazepam en de oxazepam.

De werking van clobazam:
Ook het zelfde.


Wat zijn pijnstillende middelen?
Het woord zegt het al. Het verminderen of wegnemen van de pijn. Pijnstillers worden ook wel analgetica genoemd. De paracetamol is het meest bekende.

Pijnstillende middelen kun je in 2 groepen verdelen, welke?
NSAID's en opiaten.
NSAID = non-steroidal anti-inflammatory drugs. Ze verlagen de koorts en remmen ontstekingen. Ze zijn geschikt voor lichte tot matige pijn, maar ook bijv. reuma. Bekende NSAID's zijn aspirine(acetylsalicylzuur), ibuprofen, diclofenac en naproxen. Paracetamol hoort niet bij de NSAID's.
De NSAID's verminderen de aanmaak van bepaalde hormoonachtige stoffen: prostaglandinen. Deze stoffen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van pijn. NSAID's zijn zonder recept verkrijgbaar bij de drogist of bij de apotheek. Dit betekent niet dat ze ongevaarlijk zijn. Als je ze veel en lang gebruikt kun je zeer ernstige bijwerkingen krijgen, zoals maagbloedingen. Ook kunnen ze bepaalde medicijnen verstoren of versterken(wisselwerking).

Opiaten:
Opiaten zijn stoffen die uit de papaverplant worden gehaald. Het melksap wat vrij komt van deze plant wordt ingedroogd en dan ontstaat er ruwe opium. Uit die ruwe opium kun je bijv. morfine halen. En uit die morfine kan via een chemische bewerking heroïne worden gemaakt. Opium is de verzamelnaam van een mengsel van verschillende opiaten zoals morfine, codeïne, thebaïne, papaverine en noscapine. Bij gebruik van opiaten worden de ademhaling en de hartslag langzamer. De lichaamstemperatuur gaat iets omlaag en de pupillen vernauwen zich sterk. Opiaten verminderen de werking van de darmen en kringspieren. In het begin kan de zorgvrager last krijgen van braken, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, jeuk een een 'vreemd' gevoel in het hoofd. De werkzame stoffen veroorzaken geen beschadigingen aan weefsels en organen. Na operaties wordt ook vaak morfine gebruikt, omdat het een sterke pijnstiller is. Ook moet je elke keer van opiaten meer nemen om de werking te houden.

De opium reageren dus heftiger als de NSAID's. Tijdens de stage in het ziekenhuis zaten de opiaten nog weer vergrendeld achter een extra kluisje.
Noem enige gevaren bij pijnmedicatie?
  • Je kunt verslaafd worden aan medicijnen, en als je er mee stopt kun je dus ontwenningsverschijnselen krijgen
  • op den duur beschadiging van bijv. de maag(of andere organen)

B. Middelen bij maag/darmaandoeningen
Als een patiënt misselijk is, welke medicijnen schrijven artsen dan voor?
Vaak schrijven ze dan anti-braak middelen voor(oftewel anti-emetica) zoals meclozine.

Welke werking heeft deze?
De werkzame stof verminderd de prikkeling van de evenwichtsorganen door ongewone bewegingen, waardoor de misselijkheid moet overgaan.
Welk medicijn geeft men bij diarree?
Dit worden ook wel stop-middelen of anti-diarrhoica genoemd. Dit kan bijv. loperamide zijn.

Moet je bij diarree altijd medicijnen geven, verklaar je antwoord.
Nee, dit hoeft zeker niet! Als je zelf diarree hebt, neem je ook geen medicijnen in. Je kunt een banaan eten om de ontlasting te verdikken, of roosvicee-stop drinken.

Wat is laxantia en wat is de werking hiervan?
Dit zijn laxeermiddelen. Deze medicijnen krijg je als je last hebt van obstipatie(verstopping van ontlasting). De medicijnen maken de ontlasting dunner waardoor ze de stoelgang bevorderen.

Noem er 6.
  • lactulose
  • macrogol
  • microlax
  • psylliumvezels
  • movicolon
  • legendal
Zitten er gevaren/consequenties aan het geven van laxantia?
Ja, er zitten zeker wel gevaren aan. Langdurig gebruik van laxeermiddelen kunnen een luie darm of zelfs darmverlamming(ileus) veroorzaken. Daarom mogen laxeermiddelen niet langer dan elke dagen tot weken achter elkaar worden gebruikt. Je moet de arts raadplegen als bij een zorgvrager dan de verstopping nog niet over is.

C. Middelen die het bloedbeeld beïnvloeden
Wie krijgen medicatie om de bloedstolling te beïnvloeden?
De mensen die een keer trombose hebben gehad of die meer kans maken op trombose, of mensen met een bloedziekte(hemofilie). Bij mensen die een keer trombose hebben gehad of meer kans maken op trombose krijgen bloedstolling-remmende middelen, en mensen met een bloedziekte krijgen bloedstolling-bevorderende middelen, omdat bij hun de tijd van het bloedstollen zonder medicatie veel langer duurt, waardoor ze ook meer bloed verliezen.

Hoe wordt dit bepaald en door wie?
De arts bepaald welke medicatie je voorgeschreven krijgt. Er zijn veel verschillende antistollingsmiddelen beschikbaar. De trombosedienst bepaald de hoeveelheid, of eigenlijk het bloed van de zorgvrager. Het hangt af van de laboratoriumuitslag hoevak iemand geprikt moet worden. Dit kan max. 1x in de zes weken zijn, maar ook vaker. Als de laboratorium uitslag niet goed is, kan een wekelijkse of zelfs dagelijkse controle plaatsvinden.

Welke medicijnen worden hiervoor gegeven en zitten hier gevaren aan? Zo ja, welke?
Heparine wordt gegeven als er een trombosebeen is ontstaan. Dit kan d.m.v. een infuus of een spuitje. Beide middelen zorgen ervoor dat de trombose niet verder uitbreidt en er geen embolie ontstaat. Ook kunnen deze middelen worden gegeven om trombose te voorkomen, bijv. na een operatie. Hier heb ik wel eens van gehoord, volgens mij is dit bijna het zelfde als Fragmin.

Pentasaccharide fondaparinux(arixtra) wordt alleen gegeven om trombose te voorkomen, bijv. na een operatie. Dit wordt eenmaal daags gespoten. Hier heb ik zelf nog nooit van gehoord.

Cumarines bijv. acenocoumarol of fenprocoumon worden voorgeschreven als er trombose wordt voorkomen of wordt behandeld in slagaders, aders of hart.

De gevaren kun je lezen in de volgende vragen en een beetje informatie hier onder:
Iemand die cumarines slikt die heeft meer kans op het krijgen van bloedingen. Bij een blauwe plek of een rood oog hoeft geen actie worden ondernomen, maar wel bij zwarte ontlasting of rode urine. De zorgvrager of jij moet dan gelijk contact opnemen met de huisarts en de trombosedienst.

Bij een chirurgische ingreep moet over het algemeen de cumarines worden aangepast. Bij kleine tandheelkundige ingrepen hoeft de behandeling niet worden aangepast. Als er helemaal niets wordt aangepast is de kans op een bloeding groot. De behandelende arts bepaald of er voor de ingreep de behandeling moet worden aangepast of gestopt moet worden evt. in overleg met de trombosedienst.

INR = een internationale maat voor de stolbaarheid van het bloed. Het geeft de snelheid aan waarmee het bloed wordt gestold. 1.0 is een normale waarde voor mensen die geen stollingsmiddelen gebruiken. Afhankelijk van het soort aandoening wat de zorgvrager heeft, streven ze naar een waarde tussen de 2.0 en 4.0

Wat is sintrom mitis en wie krijgen deze medicijnen?
Sintrom mitis is ook medicatie en wordt ook gebruikt om trombose te voorkomen. Het is een antistollingsmiddel. Ze vertragen de stolling van het bloed. De generieke naam van sintrom mitis is acenocoumarol. De zorgvragers die deze medicijnen krijgen, krijgen ze bij trombose, na een hartinfarct, beroerte of TIA en bij hartritmestoornissen.

Welke stof zit er in pijnstillers die nooit samen mogen worden gegeven? Verklaar je antwoord.
Waarom moet sintrom mitis elke dag op een vaste tijd gegeven worden?(bijv. 17.00uur)
Dit is om een goede laboratorium uitslag te krijgen en te behouden. De zorgvrager moet de tabletten in 1x innemen op een bepaald tijdstip wat is voorgeschreven van de trombosedienst, en de voorkeur van hun is 's avonds. Op de prikdag kan de zorgvrager zelfs gebeld worden om die avond een andere hoeveelheid in te nemen. Als het innemen een keer vergeten wordt, kan de uitslag verstoord zijn en dan duurt het weer enkele dagen om die goed te krijgen. Daarom moet de arts of medewerker van de trombosedienst op de hoogte gebracht worden. Ze mogen nooit de volgende dag alsnog in worden genomen.

Noem enige ijzer preparaten en wie krijgt dit? Licht je antwoord toe.
Ijzerpreparaten zijn een groep van medicijnen die de aanmaak van het bloed bevorderen bij bloedarmoede t.g.v. ijzer tekort.
Je krijgt het dus als je bloedarmoede hebt met de oorzaak: ijzertekort.
Hier zijn een paar voorbeelden van ijzerpreparaten:
  • Fero-gradumet
  • Ferrofumaraat
  • Monofer
  • Venofer
Wanneer moeten deze worden gegeven, voor of na het eten en waarom?
Bij voorkeur moet je ze het voor het eten geven(op de lege maag). Bij zorgvragers met maagklachten geef je ze na het eten.

Kan men ijzer preparaten ook anders dan oraal toedienen? Zo ja, hoe?
Ja, via injecties. Je kunt ze intramusculair spuiten of intraveneus.
Via een drankje.

Welk preparaat is dit dan?
Cosmofer wordt via een injectie toegediend. (intramusculair of intraveneus)
Ferinject wordt via een injectie toegediend.
Ferri-oxidesaccharaat is ook een injectie ook wel venofer genoemd, wordt ook via een injectie toegediend.
Ferrogluconaat kun je drinken.
Ferrologic wordt via een injectie toegediend.
Ferrosulfaat kun je drinken en kun je oraal toegediend krijgen.
Ijzerdextraan wordt via een injectie toegediend.
Ijzerhydroxide sacharose wordt via een injectie toegediend.
Monofer wordt via een injectie toegediend.

D. Middelen bij hart en vaataandoeningen(circulatiestoornissen)
Wat is lanoxin, wie krijgt dit en waarom?
Lanoxin is een medicijn dat behoort tot de groep hartglycosiden en verbetert de pompkracht van het hart en zorgt voor een regelmatige, rustige hartslag.
Dit medicijn wordt voorgeschreven bij zorgvragers die last hebben van hartfalen en/of hartritmestoornissen.

Welke controle moet er worden uitgevoerd bij het geven van dit medicijn?
Moet nog- geen idee.

Noem 3 middelen voor circulatiestoornissen.
Circulatiestoornissen zijn bijv. bloeddruk daling of een veranderende polsfrequentie.

Ibopamine is tegen hartfalen.
Aethoxysklerol wordt gebruikt om slagaders te verharden.
Trental wordt gebruikt bij stoornissen in de doorbloeding van de vingers en tenen of armen en benen.

Noem 3 middelen die bloeddrukverlagend werken.
Bloeddrukverlagende middelen worden ook wel antyhypertensiva genoemd.
Een direct bloeddrukverlagend middel is hydralazine.
Lacidipine werkt op calciumkanalen in de wand van de spiercellen van het hart, waardoor de bloeddruk wordt verlaagd.
Metoprolol wordt gebruikt om de hartprestatie te remmen waardoor de bloeddruk wordt verlaagd.

E. Middelen bij aandoeningen van nieren en urinewegen

Wat is diuretica, waarom worden ze gegeven en welke werking hebben ze?
Een ander woord voor diuretica zijn plastabletten. Het voert overtollig vocht snel af en verlaagd de bloeddruk. Ze worden gegeven als iemand een te hoge bloeddruk heeft, bij hartfalen, bij oedeem en ook wel eens als een pasgeborene chronische bronchitis heeft.

Wat betekent het toedienen van diuretica voor een bewoner?
De diuretica middelen worden onderverdeeld in thiaziden, lisdiuretica, kalium sparende diuretica, en overige diuretica.
Thiaziden verlagen de bloeddruk.
Lisdiuretica wordt gebruikt bij te veel vocht vasthouden t.g.v. hartfalen, nierziekten of leverziekten.
Kaliumsparende diuretica wordt gegeven aan zorgvragers met matig tot ernstige hartfalen, waardoor de kans op overleving wordt vergroot.
Overige diuretica kunnen bijv. zijn lichte diuretica dat wordt toe gepast bij hoogteziekte of verhoogde oogboldruk.

Diuretica kan voor een bewoner erg storend zijn, omdat ze vaker naar de wc zullen moeten. Dit komt veel voor bij thiaziden in het begin dat ze de medicijnen krijgen. Het is dan ook een goed idee om het medicijn 's ochtends in te nemen, zodat de zorgvrager 's nachts niet zo vaak naar de wc hoeft. Maar dit is afhankelijk van de arts. Lisdiuretica kan ook veel plassen en een lage bloeddruk veroorzaken, waardoor de zorgvrager zich licht in het hoofd kan voelen. Ook kan lisdiuretica misselijkheid veroorzaken.
Het kan dus heel vervelend zijn als iemand op eens plastabletten gaat gebruiken, maar ze worden nooit voor niets gegeven.

Noem 4 diuretica middelen.
  • Hydrochloorthiazide (behoort tot de thiaziden)
  • Furosemide (behoort tot de lisdiuretica)
  • Spironolacton (behoort tot de kalium besparende diuretica)
  • Acetazolamide (behoort tot de overige diureticum en is een lichte diuretica)

F. Middelen bij oogaandoeningen
Noem 4 soorten oogdruppels.
Beschrijf de werking hiervan.
Levobunolol: Dit medicijn zorgt voor een lagere oogdruk en verdooft het oog ietsjes.
Hypromellose: Dit medicijn verdikt het traanvocht op de oogbol, waardoor het hoornvlies niet kan uitdrogen.
Azelastine: Vermindert de kans op allergieën.
Neomycine: Er zit een corticosteroïd in, wat de ontstekingsreactie remt en vernauwd de bloedvaten. Een ander stofje in dit medicijn doodt bepaalde bacteriën.

G. Middelen bij long- en luchtwegaandoeningen
Welke medicijnen worden er binnen de instelling voorgeschreven t.a.v.:
  • hoesten
  • COPD klachten

  • welke bijwerkingen hebben deze medicijnen?

  • welke observatiepunten?

Wanneer krijgt iemand O2 toegediend?
Als iemand onvoldoende longventilatie heeft. Dit betekent dat de zorgvrager te weinig lucht in en uit ademt.
Als iemand onvoldoende longdiffusie heeft. Dit betekent dat de zorgvrager te weinig uitwisseling heeft van zuurstof en koolzuur in de longblaasjes, bijv. bij longoedeem.
Als iemand onvoldoende longperfusie heeft. De zorgvrager heeft dan een onvoldoende doorbloeding van de longen, bijv. bij longembolie.
Als iemand een koolmonooxidevergiftiging heeft. Dan hebben de koolmonoxidemoleculen de zuurstofmoleculen in de hemoglobine verdrongen. Hemoglobine is een eiwit in het bloed.

Wat zijn de gevaren bij het toedienen van O2?
  • Iemand kan teveel zuurstof toegediend krijgen, hij krijgt dan klachten zoals hoofdpijn, moeheid, sneller prikkelbaar, een hoge bloeddruk, veel speeksel en er kunnen zelfs bewustzijnsstoornissen optreden, bijv. coma. (dit is een gevolg als iemand te weinig koolzuur uitademt)
  • Er is ontploffingsgevaar, daarom moet de ruimte goed geventileerd worden, de zorgvrager moet oppassen met deo gebruik, en mag niet roken.(soms doen zorgvragers dit wel, maar dan is het hun eigen verantwoordelijkheid als ze niet luisteren, je kunt bij sommige mensen het vaak genoeg zeggen, maar soms luisteren ze gewoon niet)

H. Middelen bij huidaandoeningen
Welke werking hebben de volgende zalven en waarbij trek je handschoenen aan en waarom?
  • Dactarin Bevat miconazolnitraat.
Deze zalf wordt gebruikt bij een zorgvrager die last heeft van een huidschimmels of gisten. Miconazolnitraat doodt alle schimmels en bacteriën die de huid kunnen besmetten. Hierbij moeten wel handschoenen gedragen worden, omdat je anders je zelf kan besmetten met de schimmel. Ook DENK ik dat je er resistent voor kunt worden, want dat kan ook met antibiotica wat anti-bacteriëel is.
  • Dactacort Bevat miconazolnitraat en hydrocortison.
Zoals hierboven al gezegt doodt de miconazolnitraat alle schimmels en bacteriën die de huid kunnen besmetten. De hydrocortison werkt ontstekingsremmend(kan ik onthouden doordat er cortiso in zit, lijkt wel op corticosteroïd) en vaatvernauwend. Dactacort wordt gebruikt bij een zorgvrager die een schimmelinfectie heeft waarbij de huid erg jeukt, rood is en/of pijn doet. Deze crème mag maar max. 10 dagen worden voorsgeschreven of korter, en daarna moet een ander geneesmiddel worden voorgeschreven zonder corticosteroïden, bijv. Dactarin wat hierboven staat. Ook hier trek je handschoenen bij aan, omdat het hormoonzalf is(dan krijg je dus onnodig hormonen binnen) en omdat je je zelf kunt besmetten met de schimmel.
  • Zinkolie Bevat zinkoxide.
Zinkolie beschermt de huid en werkt samentrekkend, zodat de beschadigde huid sneller geneest. Ook werkt zinkoxide indrogend, verkoelend en vermindert de jeuk. Zinkoxide wordt ook bij veel aandoeningen gebruikt, de meest voorkomende zijn: eczeem, jeuk, koortslip en krentenbaard. Op de afdeling doen we het ook wel eens op doorligplekken, omdat het indroogt. Iedereen heeft eigenlijk wel zinkzalf of zokzalf in het mandje liggen bij ons op de afdeling. Hiervoor gebruiken we ook handschoenen. Zok-zalf moet eerst geroerd worden met een spatel, omdat het olie is en de zinkoxide.
  • Vaseline
Ik werk het uit als de vaseline-lanette, omdat er op internet alleen maar vaseline's opstaan met nog wat, bijv. vaseline-lanette dus. Dit is een verzachtende, vette creme. Dit wordt gebruikt bij zorgvragers die last hebben van een droge huid, eczeem of psoriasis. Zover ik weet hoef je voor vaseline geen handschoenen te gebruiken, maar ik doe het altijd wel. Ook dit gebruiken we veel, dit ligt standaard op elke kamer.
  • Massagecreme
Vaak heeft een massage creme een ontspannende werking, op internet stond geen duidelijke informatie op www.consumed.nl of www.apotheek.nl en via google kwam ik veel op sites uit waar ze het verkochten. Hier heb ik de ontspannende werking ook vandaan gehaald. Ook verzacht het de huid. (voorkomt uitdroging)
  • Triamcynoloncreme Bevat triamcinolon-acetonide.
Deze zalf hoort bij de corticosteroïden voor de huid. Dit wordt veel gebruikt bij psoriasis en eczeem. De werking ervan is ontstekingsremmend, jeuk vermindering, vermindering van schilferen, en vermindering van zwelling. Ook dit is een hormoonzalf, en moeten de handschoenen dus aan.
  • Hydrocortcreme
Dit is ook een hormoonzalf en hoort bij de corticosteroïden. Dit zit dus ook in de daktakort-crème. Dit wordt vaak voorgeschreven bij jeuk en eczeem. Hierbij is het ook erg belangrijk dat je je handen wast na de tijd. Op www.apotheek.nl staat er bij dat je zelfs een vingercondoom, handschoenen kunt gebruiken voor het opsmeren van de crème, of na de tijd de handen goed wassen. En dit staat er al niet vaak op.
  • Zilversulfadiazine
Dit is een antibiotica.(middel tegen bacteriën) Dit schrijven artsen voor bij brandwonden, en decubitusplekken om infecties met bacteriën te voorkomen of te behandelen. Ook kan dit medicijn een gist(candida) tegengaan. Als dit medicijn gebruikt wordt om een infectie te bestrijden, kun je bij een paar dagen al merken dat de verschijnselen minder worden. Hierbij is wel een grote kans op bijwerkingen, nl. het verkleuren van de wond of irritatie. Ook hierbij moet je handschoenen gebruiken, want volgens mij weet iedereen dat je handschoenen aan moet doen bij antibiotica, omdat je voor antibiotica resistent kunt worden als je het te vaak binnen krijgt.

I. Middelen bij hormonale- en stofwisselingsstoornissen
Wat is de werking van tolbutamide, daonil, glucophage?
Tolbutamide = dit middel is bloedsuikerverlagend, dit wordt toegepast bij een zorgvrager die diabetes type ll heeft, en waarbij een dieet en voldoende lichamelijke inspanning niet genoeg resultaat wordt verkregen. De werking: Dit medicijn stimuleert de afgifte van insuline door de alvleesklier(pancreas), waardoor het bloedglucosegehalte wordt verlaagd.

Daonil = dit middel is ook bloedglucoseverlagend.

Glucophage = Metformine is de werkzame stof. Hier heb ik al wel eens eerder van gehoord. Dit wordt ook bij zorgvragers toegepast die diabetes type ll hebben en de werking: De lichaamsweefsels worden gevoeliger voor insuline en het verbruik van insuline in de lichaamcellen. Ook vermindert het de opname van glucose en de vorming van glucose in de lever. Al deze werkingen leiden tot een lagere bloedsuiker.

Wie krijgen deze toegediend?
Tolbutamide = Zorgvragers met diabetes type ll.

Daonil = Zorgvragers met diabetes.

Glucophage = Zorgvragers met diabetes type ll.

Hoe wordt dit toegediend?
Tolbutamide = een medicijn wat oraal wordt ingenomen. (tabletjes dus) Ze moeten de tabletten vlak voor het ontbijt innemen. In de praktijk wordt 50% van alle medicijnen niet, onjuist of onvoldoende gebruikt.

Daonil= ook dit medicijn wordt vlak voor of tijdens de maaltijd ingenomen.

Glucophage = ook bij dit medicijn moeten de medicijn vlak voor of tijdens de maaltijd worden ingenomen.

Wat is insuline en waarom geeft men dit?
Insuline is een hormoon dat de bloedsuiker verlaagd. Dit wordt gegeven bij mensen die diabetes hebben.
Type l: het lichaam maakt geen insuline aan, en komt vaak voor bij jongere mensen.
Type ll: Hier maakt de alvleesklier te weinig insuline aan, dit werd vroeger ouderdomsdiabetes genoemd, maar dat is het nu niet meer.

De werking van insuline bij iemand zonder diabetes:
In de cellen van de lever en spieren bevindt zich een suikervoorraad wat ook wel glycogeen wordt genoemd. Bij een hoge bloedsuiker wordt glucose(suiker) opgenomen in de lever en spieren en wordt het omgezet in glycogeen, en het wordt opgeslagen. Bij een lage bloedsuiker wordt het glycogeen weer omgezet in glucose, en wordt het weer afgegeven aan het bloed.
Zonder insuline kan de glucose niet binnenkomen in de cellen (lever en spieren) en blijft het in het bloed zitten. Hierdoor stijgt het glucosegehalte in het bloed en krijg je te veel glucose in je bloed.
Glucagon is het hormoon dat glycogeen om zet in suiker. En insuline zet het dus om van glucose naar glycogeen.

Glucagon kun je ook bijspuiten als iemand een échte lage bloedsuiker heeft, maar wel met toestemming van de arts. Normaalgesproken moet diegene bijv. pure ranja drinken om de bloedsuiker weer om hoog te laten gaan, of druivensuiker.

Een gezond bloedsuiker zit tussen de 4 en de 8mmol/l. Op de afdeling was het volgens mij iets anders.

Wat betekent kort- en langdurige werking?
Je hebt insulines die een kortdurige werking hebben en insuline die een langdurige werking hebben. Ook bestaan er insulines die middellangwerkend zijn.

Kortwerkend is bijv. actrarapid.
Middellangwerkend is bijv. insulatard.
Langwerkend is bijv. lantus.
En een combinatie hiervan is novomix.(kortwerkend en middellange werking)

Je spuit het aantal eenheden wat is voorgeschreven door de arts of de diabetesverpleegkundige.

Wat is de werking van insuline?
Als het goed is is het duidelijk uitgelegd bij 2 vragen hierboven.

Wat gebeurt er wanneer iemand teveel insuline krijgt toegediend en wat doe jij dan?
Dan krijgt diegene een te lage bloedsuiker, wordt ook wel hypoglycaemie genoemd. Dit kun je herkennen aan: moeheid, duizelig, bleek, wisselend humeur, hoofdpijn, slecht zien, zweten, honger en beven. Dit kan eigenlijk niet voorkomen, tenzij de zorgvrager meer heeft bewogen als normaal, te weinig heeft gegeten, en wanneer de insuline te snel wordt gespoten in het lichaam. (of dat je de spuit te hoog opdraait, maar dit mag niet voorkomen) Ik zou als eerst het bloedsuiker prikken van de zorgvrager, als hij dan echt te laag is(lager dan de toegestane waarden op de afdeling), de zorgvrager siroop of druivensuiker laten drinken. Als hij dan na een kwartier/half uurtje nog niet omhoog is de verpleegkundige bellen. Ook zou ik bij een waarde van bijv. 2 de verpleegkundige voor de zekerheid bellen, dan ligt de verantwoordelijkheid verder niet bij je zelf en je hebt gedaan wat je kon doen en die kan dam evt. glucagon met toestemming van de arts spuiten.

Wat zijn de verschijnselen van zorgvragers met een hypoglycemie en een hyperglycemie?
Hypoglykemie = plotseling te weinig glucose in het bloed. De klachten zijn:
  • moeheid
  • duizelig, bleek
  • wisselend humeur
  • hoofdpijn, slecht zien
  • zweten
  • honger, beven
De oorzaak van een hypoglykemie kan zijn dat er teveel insuline is gespoten, wanneer de insuline te snel wordt opgenomen in het lichaam, als de zorgvrager niet genoeg of te laat eet en wanneer de zorgvrager meer beweegt dan dat hij normaal gewend is.
Noem 2 soorten insuline.
Actarapid en lantus.

Wat staat er op een insulinelijst?
Op internet kon ik hier niks over vinden. Ik denk:
  • Hoeveel eenheden er gespoten moeten worden
  • Wanneer er gespoten moet worden
  • Welke insuline er gespoten moet worden
  • De bloedsuikerwaarden van wanneer die gemeten zijn

Hoe wordt de insuline toegediend en waarom?
Vaak wordt insuline met een pen toegediend, omdat het dan sneller werkt. De plaats bepaald hoe snel het werkt. Vaak wordt insuline in de buik gespoten, dan werkt het ook snel. In het bovenarm werkt het normaal en in het bovenbeen en de bil werkt het traag.
Hoe handel jij, als je met een gebruikte naald hebt geprikt en waarom?
Dan laat ik het wondje flink door bloeden d.m.v. het te stuwen, en daarna met NaCL doorspoelen(water met fysiologisch zout), en dan meld ik het prikaccident aan de dienstdoende verpleegkundige en evt. aan de zorgmanager. Soms moet je getest worden, in het ziekenhuis moest je je melden bij infectie preventie. Gelukkig is mij dit nog niet overkomen.

Hieronder staan de meest voorkomende medicijnen die op deze locatie worden gebruikt.
Beschrijf de werking/bijwerking ervan en welke observaties er nodig zijn wanneer de zorgvrager dit medicijn krijgt toegediend. Plaats deze medicijnen vervolgens onder een van de 9 hoofdgroepen.
  • paracetamol
Werking: Paracetamol is een medicijn dat de pijn verminderd en de koorts verlaagd. De precieze werking van de paracetamol is niet bekend. Het medicijn werkt ongeveer na 15-30 minuten en duurt ongeveer 3-5 uur.
Bijwerking: Allergische huidreacties, nierontsteking na langdurig gebruik, bloedbeeld veranderingen.
Observaties: Je moet dus goed opletten wanneer je de koorts opneemt van een zorgvrager. De paracetamol kan dus een vals beeld geven. Het is dus verstandig de temperatuur op te nemen voordat de zorgvrager de paracetamol heeft ingenomen.
Hoofdgroep: Analgetica.
  • ascal
Werking: Dit medicijn remt in lage doseringen de bloedstolling, waardoor de bloedingstijd wordt verlengd. De werking duurt na het stoppen nog zo'n 4 tot 6 dagen. Dit wordt gegeven om trombose te voorkomen.
Bijwerking: Bloedarmoede, occult bloedverlies(dit is bloed bij de ontlasting, gemengd, waardoor je het niet ziet)
Observaties: Als de zorgvrager een operatie krijgt, moet er vaak van te voren worden gestopt met bloedverdunnende middelen, maar dit is de taak van de anesthesist of de chirurg om dit te regelen. Verder moet je opletten bij wondjes van de zorgvrager, als hij zich stoot controleer je na een tijdje of de wond dicht zit.
Hoofdgroep: Anti-co agulantia.
  • furosemide
Werking: Dit valt onder de "plastabletten". Dit wordt toegepast bij zorgvragers die astma hebben, een hoog calcium gehalte in het bloed hebben, hartfalen, levercirrose(verschrompeling van de lever), of vochtophoping(oedeem) door een chronische nieraandoening. De werkzame stof in dit medicijn bevordert de afscheiding van water en zout door door de nieren, en daarmee de productie van urine door de nieren. Hierdoor wordt er vochtophoping in de weefsels en een hoge bloeddruk tegen gegaan.
Bijwerking: Alvleesklierontsteking, bloeddrukverlaging, duizeligheid, geelzucht, nierstenen, spierkrampen en nog veel meer.
Observaties: Het is verstandig dat de zorgvrager rekening houdt met uitjes, dat hij/zij wel vaker naar de wc zou moeten als normaal. (vooral op het begin) Of dat hij wel voldoende incontinentie materiaal meeneemt.
Hoofdgroep: Diuretica
  • seroxat
Werking: Dit wordt toegepast op mensen die depressief zijn en paniek of angststoornissen hebben. De werkzame stof in dit medicijn heeft een gunstig effect op de werking van een bepaalde hersenstoffen(neurotransmitters). Deze hersenstoffen spelen een belangrijke rol bij hersenfuncties die onze stemming bepalen. Ook kan verstoring van de balans van deze stoffen depressie veroorzaken.
Bijwerking: Diarree, droge mond, duizeligheid, verminderde eetlust, versneld hartritme, hoofdpijn, misselijkheid.Ook kun je van dit medicijn suïcidale gedachten krijgen(zelfmoord bedenkingen).
Observaties: Het is sowieso belangrijk om de bijwerkingen in de gaten te houden.
Hoofdgroep: Anti-depressiva
  • digoxine pch
Werking: Wordt ook wel lanoxin genoemd. Digoxine verbetert de pompwerking van het hart en zorgt voor een regelmatige en rustige hartslag.
Bijwerking: Als er bijwerkingen optreden komt dat vaak doordat de dosis iets te hoog is. Bijwerkingen kunnen zijn: maagdarmklachten en wazig zien.
Observaties: De observatie is dus kijken of er geen bijwerkingen optreden.
Hoofdgroep: Het valt onder de hartglycosiden (digitalis preparaten) ik kan niet vinden bij welke hoofdgroep. Van de hoofdgroepen wat ik bovenaan heb genoemd valt hij onder de hart en bloedsomloop medicijnen.
  • prednisolon
Werking: Dit is een bijnierschorshormoon, en wordt ook wel corticosteroïd genoemd. Natuurlijke bijnierschorshormonen remmen ontstekingen en overgevoeligheidsreacties. Het wordt toegepast bij veel aandoeningen, waarbij ontstekingsverschijnselen een rol spelen, zoals astma, reuma, MS, ziekte van crohn enz.
Bijwerking: Verandering van stemming, maagdarmklachten, hoge bloeddruk, hoge oogboldruk.
Observaties: Controleren op bijwerkingen en of het werkt.
Hoofdgroep: Corticosteroïden en hormonen.
  • burinex
Werking: Dit medicijn wordt gebruikt bij mensen die last hebben van astma, hoge bloeddruk, hartfalen, levercirrose en vochtophoping. Dit is een plastablet. De werking is: Dit medicijn bevordert de urineproductie. Hierdoor wordt vochtophoping in de weefsels en een hoge bloeddruk tegengegaan.
Bijwerking: Duizeligheid, laag calciumgehalte, geelzucht, uitdroging, verwardheid, spierkrampen
Observaties:
Hoofdgroep: Diuretica
  • arthrotec
Werking: Hier zit diclofenac en misoprostol in. Dit wordt bij zorgvragers gebruikt die last hebben van artrose of reumatoïde artritis. De Diclofenac zorgt ervoor dat de pijn in het lichaam minder wordt en koorts en een ontsteking onderdrukt. Misoprostol beschermt het maagslijmvlies en remt de maagzuurproductie.
Bijwerking: Bloedbeeldveranderingen, diarree, braken, misselijkheid, oorsuizen, krampen, slapeloosheid, vochtophoping, vermoeidheid.
Observaties: Het is gevaarlijk dat de arthrotec ook koorts onderdrukt, waardoor infecties niet zo snel worden opgemerkt.
Hoofdgroep: Diclofenac - analgetica en misoprostol - maagwandbeschermende middelen(mucos-protectiva)
  • losec
Werking: De werkzame stof hierin is omeprazol. Omeprazol is een maagzuurremmer. Het vermindert dus de aanmaak van zuur.
Bijwerking: Buikpijn, braken, diarree, maag-darmklachten, hoofdpijn.
Observaties:
Hoofdgroep: Dit valt denk ik onder maagmiddelen. Op internet kon ik alleen protonpomp-remmers vinden.
  • temazepam
Werking: De werkzame stof in dit medicijn werkt op de hersenen en heeft een slaapbevorderende werking. Daarnaast heeft het ook een kalmerende, angstverminderende, spierontspannende werking. Artsen schrijven het voor bij slapeloosheid.
Bijwerking: Verslaving, verwarring, huidreacties, duizeligheid, dubbelzien, toename van eetlust.
Observaties:
Hoofdgroep: Van mijn groepen bovenaan valt het onder de hypnotica. Op internet staat benzodiazepinen.
  • oxazepam
Werking: Dit middel heeft een zelfde werking als temazepam. Artsen schrijven het voor bij angstgevoelens, gespannenheid, slapeloosheid en alcoholontwenning.
Bijwerking: Afhankelijkheid, geheugenstoornissen, depressie, verminderd reactie en concentratievermogen,
Observaties:
Hoofdgroep: Dit behoort ook tot de hypnotica of benzodiazepinen.
  • inhibin
Werking: Het vermindert spierkrampen en andere vervelende spiersamentrekkingen in de been en kuitspieren.
Bijwerking: Astma, allergische huidreacties, duizeligheid, braken, misselijkheid, oorsuizen.
Observaties:
Hoofdgroep: Spierverslappers.
  • capoten
Werking: Dit medicijn wordt gebruikt tegen hartfalen, hoge bloeddruk en na een hartinfarct.
Bijwerking: Prikkelhoest, huiduitslag, maagklachten, buikpijn.
Observaties:
Hoofdgroep: ACE-remmers:
  • foliumzuur
Werking: Dit wordt ook wel vitamine B11 genoemd. Dit is vooral aanwezig in groenten en volkorenproducten. Foliumzuur is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen en voor de werking van de zenuwen. Ook is het zeer belangrijk voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel van de ongeboren baby. Dit medicijn wordt gebruikt bij een zwangerschap(swens) en bloedarmoede.
Bijwerking: Het is een natuurlijke voedingsstof en heeft geen bijwerkingen. Dit medicijn kun je jarenlang gebruiken als dat nodig is. Als er meer als 15mg. toegediend wordt kan de zorgvrager wel bijwerkingen krijgen zoals verwardheid, depressie en bittere smaak.
Observaties:
Hoofdgroep: Vitaminen.
  • vitamine B complex
Werking: In het vitamine B complex zitten: vitamine B1(thiamine) vitamine B2(riboflavine) vitamine B3(nicotinamide) vitamine B5(pantotheenzuur) vitamine B6(pyridoxine) vitamine B12(cyanocobalamine). Deze vitamines zijn nodig voor de oplag en afbraak van suiker, vetten en eiwitten.
Bijwerking: Geelkleuring van de urine.
Observaties:
Hoofdgroep: Vitaminen
  • lasix retard
Werking: De werkzame stof is furosemide. Dit is gewoon een andere naam, dus verder is de werking, bijwerking hetzelfde.
Bijwerking:
Observaties:
Hoofdgroep: Diuretica.
  • tolbutamide
Werking: Dit is een bloedsuiker verlagend middel. Dit wordt gebruikt bij mensen die diabetes type ll hebben. Dit medicijn stimuleert de afgifte van insuline door de alvleesklier, waardoor het bloedglucose gehalte wordt verlaagd.
Bijwerking: Hypoglycaemie, overgevoeligheidsreacties.
Observaties: Opletten of de zorgvrager zich wel goed voelt, en als hij aangeeft duizelig te zijn voor de zekerheid het bloedglucosehalte prikken.
Hoofdgroep: Bloedsuiker verlagende middelen(Orale antidiabetica)
  • marcoumar
Werking: De werkzame stof hierin is fenprocoumon. Fenprocoumon is een antistollingsmiddel. Dit schrijven artsen voor bij trombose, hartinfarct, TIA en bij hartritmestoornissen.
Bijwerking: Verhoogde kans op bloedingen, diarree, huidontsteking, misselijkheid
Observaties: Als een zorgvrager een wondje heeft, observeren of die na een tijdje wel dicht zit, zo niet dan bijv. een ijspack er opleggen, en als het dan nog niet dicht gaat de arts bellen.
Hoofdgroep: Anticoagulantia
  • ibruprofen
Werking: De pijn, koorts en ontsteking wordt onderdrukt.
Bijwerking: Dit middel verlengt de bloedingstijd. Benauwd, misselijk, menstruatiecyclusstoornissen, hoofdpijn, zuurbranden, vochtophoping.
Observaties: Ook bij dit middel opletten of het wondje wel dicht gaat, en bij het temperaturen na gebruik van dit medicijn rekening houden dat de temperatuur niet klopt. Hij is waarschijnlijk (veel) hoger.
Hoofdgroep: Analgetica
  • triamtereen
Werking: De werkzame stof in dit medicijn bevordert de urineproductie. Dit medicijn voorkomt dat er teveel kalium wordt uitgescheiden door de nieren.
Bijwerking: Verandering van de bloedsamenstelling, hoofdpijn, maag-darmklachten, droge mond, braken, duizeligheid, vermindering van de nierfunctie.
Observaties: Er rekening mee houden als een zorgvrager wat incontinent is een uitje heeft, dat hij voldoende incontinentiemateriaal meeneemt.
Hoofdgroep: Diuretica
  • thyrax
Werking: Artsen schrijven dit voor bij een trage schildklierwerking. Je krijgt dus hormonen toegediend. Het schildklierhormoon stimuleert de stofwisseling en de groei.
Bijwerking: Als het goed is krijg je geen bijwerkingen, omdat het je eigen schildklierhormoon vervangt. Anders krijg je zelden: hartkloppingen, diarree.
Observaties:
Hoofdgroep: Hormonen.
  • tramal
Werking: Dit medicijn heeft een pijnstillende werking en een hoestdempende werking.
Bijwerking: Ademhalingsdepressie, droge mond, duizeligheid, jeuk, misselijkheid, obstipatie, zweten.
Observaties:
Hoofdgroep: Analgetica.
  • diclofenac
Werking: Dit is een ontstekingsremmende koortsverlagende pijnstiller, wat ook nog koortsverlagend werkt.
Bijwerking: Maagklachten en darmklachten.
Observaties:
Hoofdgroep: Analgetica.